Wanneer openlijke geweldpleging?

Wanneer is er sprake van openlijke geweldpleging? Als verdachte van openlijke geweldpleging moet u goed weten in welke gevallen voldaan is aan de bestanddelen voor openlijke geweldpleging.. Wij zullen de belangrijkste eisen voor een bewezenverklaring van openlijke geweldpleging met u doornemen.

Openlijk

Van openlijke geweldpleging wordt gesproken wanneer het geweld zich door onverholen, niet heimelijk bedreven daden heeft geopenbaard zodat daardoor de openbare orde is aangerand, zonder dat evenwel is vereist dat ten tijde en ter plaatse van het plegen van geweld publiek aanwezig was of feitelijk vrije toegang en zicht bestond op het gebeurde (vlg HR 26 juni 1979, NJ 1979, 618 en HR 12 juli 2011, NJ 2011, 380).
Openlijk moet aldus heel ruim worden opgevat. Het moet gaan om geweldpleging die voor derden zichtbaar had kunnen zijn, terwijl het niet nodig is dat die derden zonder belemmering op de plaats waar de geweldpleging plaatsvond aanwezig konden zijn.

> Openlijke geweldpleging: in het openbaar

In vereniging

Bij de bepaling van hoe het bestanddeel ‘in vereniging’ moet worden uitgelegd, wordt aansluiting gezocht bij wat er onder medeplegen moet worden verstaan. Voldoende is dat het geweld door twee personen wordt gepleegd (HR 29 januari 1980, NJ 1980, 321).
Vereist is dat de verdachte een significante bijdrage en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Niet is vereist dat de verdachte zelf ook geweldshandelingen heeft verricht. Ook vocale, intellectuele en andere bijdragen aan de groep die openlijk geweld pleegt, is voldoende om een verdachte te veroordelen voor openlijke geweldpleging.
De enkele aanwezigheid bij de groep en de getalsmatige versterking van die groep is evenwel onvoldoende (zie HR 7 juli 2009, NJ 2009, 400 en HR 8 februari 2011, NJ 2011, 82 en HR 12 oktober 2010, LJN BM2474, NJ 2010/560).
Ook het zich niet distantiëren van die groep die geweld pleegt, is onvoldoende voor een bewezenverklaring (HR 1 november 2011, NJ 2011, 519), maar hier ligt ook duidelijk de grens.
Het welbewust een bijna zekere confrontatie aangaan en meegaan in de aanvalsgolf met anderen is meer dan een getalsmatige versterking van de groep en wordt wel beschouwd als een significante bijdrage aan de openlijke geweldpleging (HR 8 februari 2011, NJ 2011, 82).
Ook wanneer via sms-berichten door de verdachte de openlijke geweldpleging wordt uitgelokt, terwijl de verdachte zelf niet aanwezig was, blijkt voldoende te zijn voor een veroordeling (HR 5 april 2011, NJ 2011, 174).

> Meer informatie 'significante bijdrage'

Geweld

Om te kunnen spreken van geweld moet worden vastgesteld dat er een zodanige kracht is aangewend dat het rechtsgoed daardoor in gevaar gebracht wordt. Dat is uiteraard een erg abstracte uitleg. Het beschermde rechtsgoed is hier de openbare orde.
Het geweld moet van dien aard zijn dat de openbare orde hierdoor wordt verstoord. Het gaat niet alleen om geweldshandelingen tegen personen, maar ook om het vernielen van goederen (ook huizen en dieren).
Enkele voorbeelden;
- Het bekladden en bespuiten van grafstenen (HR 16 september 1996, NJ 1997, 88)
- Het bespuiten van een treinstel (Rb Zwollen, 30 januari 2007, LJN: AZ7358)
- Het stuk gooien van eieren tegen een ambassade (HR 11 november 2003, LJN: AL6209)
- Het gooien van een barkruk (HR 13 juni 2006, LJN: AW3560)
- Het dreigend opheffen van een nunchaku-wapen (HR 17 november 1992, NJ 1993, 292).
Niet is vereist dat alle daders hetzelfde geweld plegen. De een kan stenen gooien, en de ander kan met een stok slaan.
Artikel 81 Sr. blijft buiten toepassing zodat bewusteloosheid en onmacht niet onder geweld vallen.

Deel deze paginaShare on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Direct contact met een advocaat?
Meld gratis en vrijblijvend uw zaak aan.
Zaak aanmelden